Werkwijze

Gepubliceerd: 31 augustus 2014

Voordat je met iemand beroepsmatig in gesprek gaat, doe je er altijd verstandig aan om eerst inzicht te krijgen in de methode die de ander hanteert: de manier van werken van de ander. In deze posting zal ik kort mijn manier van werken beschrijven.

Filosofisch/ethisch klankbord
Als praktisch filosoof/ethicus ben ik opgeleid in het stellen van de juiste kritische vragen. Tijdens de gesprekken die ik voer is dit het uitgangspunt. Het gevolg: goede doordachte (persoonlijke) beslissingen van mijn gesprekspartner. Centraal hierbij staan steeds de waarden en normen van de ander. Wat beweegt de sporter? Wat bedoel je met dit begrip? Hoe zou je willen zijn? Als mens en hiermee ook als voetballer, wielrenner, tennisser, etc. De ervaring leert dat door het stellen van de juiste vragen meer opties in beeld komen hetgeen leidt tot betere besluitvorming.

Ondanks dat ik soms de rol van tegenspreker inneem, soms mijn gesprekspartner hoop wakker te schudden, is mijn uitgangspunt het Socratische niet-weten. Dit houdt in dat het er niet toe doet wat mijn gesprekspartner vindt maar enkel om de kwaliteit van zijn of haar besluitvorming. Zelf probeer ik zo onbevooroordeeld mogelijk te blijven.

Voorbeeld. Als ik in gesprek zou zijn met een sporter over fair play dan is mijn streven bijvoorbeeld niet zozeer dat mijn gesprekspartner zich houdt aan de regels van fair play maar enkel dat hij of zij zelf beter leert nadenken over wat fair play voor hem of haar inhoudt en wat dit betekent voor de keuzes die hij of zij binnen maar vooral buiten het veld neemt.

Socratisch uitgangspunt
Zijn dergelijke gesprekken nodig? Helaas wel. Zowel allerlei denkfouten als tegenstrijdige belangen maken dat onze oordeelsvorming ons soms in de steek laat. We denken goed te oordelen (wie kan dit immers niet) maar rationeel gezien is dit niet het geval. Mogelijke problemen:

  • Je laat je te veel beïnvloeden door de eerste indruk
  • Je laat je te veel beïnvloeden door de vorm in plaats van de inhoud
  • Je hebt al een idee en zoekt vervolgens argumenten (dit heet rationaliseren)
  • Je laat je te veel beïnvloeden door anderen in plaats van dat je uitgaat van je eigen ideeën
  • Je gaat er te snel van uit dat er maar een beperkt aantal opties zijn
  • Te snel neem je aan wat met een begrip wordt bedoeld
  • Je laat te snel beïnvloeden door externe omstandigheden (je fysieke gesteldheid beïnvloedt bijvoorbeeld je humeur en hierdoor je kijk op de wereld)
  • ...

Deze problemen noem je cognitieve valkuilen: het zijn beperkingen van onze hersenen en de manier waarop we denken (cognitie).

Filosofen zijn getraind en opgeleid in leren na te denken; in het kritisch zijn. Met het laatste wordt niet bedoeld het geven van (negatieve) kritiek maar wordt bedoeld dat filosofen goed zijn in het stellen van vragen. Dit met als doel zaken te verhelderen. De eerste filosoof die dit goed heeft laten zien was de filosoof Socrates. Kritisch zijn betekent dus vragen stellen teneinde zo rationeel-mogelijke beslissingen te krijgen: wat bedoel je precies, hoezo klopt het wat je zegt, kun je een voorbeeld geven, et cetera.

Ik positioneer me dus met name als klankbord en stel lastige, kritische vragen. Ik hanteer hiervoor onder andere de typologie en het framework van de kritisch denkers Paul en Elder. Het doel hierbij is steeds zo goed mogelijk de sporter zijn of haar eigen ideeën te laten overdenken.

Aanpak
Afhankelijk van je issue zal het gesprek een kant opgaan (ter illustratie heb ik een lijst opgesteld met onderwerpen die ik eerder heb besproken of die onderwerp kunnen zijn). Soms vinden mijn klanten het prettig om meerdere gesprekken te voeren. In dat geval spreek je van een consult. Bij het kennismakingsgesprek zullen we de richting van het gesprek/consult proberen vast te stellen. Veel voorkomende activiteiten zijn echter:
  1. Het concrete probleem / issue verhelderen zonder een mening te laten doorklinken.
  2. Benoemen wat er lastig aan is.
  3. Vaststellen wat de essentie van deze twijfel is.
  4. Begrippen verhelderen die deze twijfel raken.
  5. Verplaatsen in wat anderen kunnen vinden.
  6. Relateren van deze begrippen aan een levenshouding / levensideaal / principes.
  7. Doordenken en vaststellen consequenties van keuzes. Zoeken naar bewijs.
  8. Zoeken naar een uitkomst.

Voor mij?
Een veelvoorkomende denkfout is dat klanten denken dat ze makkelijke praters moeten zijn voor een gesprek of onderzoek. Dit is niet nodig. Jij bent goed in jouw 'ding' (sportbeoefening, sportbestuur, et cetera) en ik ben goed in kritische gespreksvoering. Ook is het niet nodig om filosofie of ethiek leuk te vinden, hierin geïnteresseerd te zijn, te weten wat het is of om filosofen te kennen. Hoogopgeleid? Niet nodig. Je moet enkel over jezelf willen nadenken en bereid zijn open te staan voor lastige vragen. Ik help bij de rest.

Psycholoog of filosoof?
Je gaat in gesprek met een kritisch denker. Een opgeleid filosoof / ethicus. Ondanks dat een gesprek zeker de diepte in zal gaan, is het geen therapie. Ik wil dat je beter leert nadenken over de keuzes die je maakt. Dat je komt tot zo goed mogelijke oordeelsvorming. Niet zozeer in de sportbeoefening zelf (van jou een betere sporter maken) maar meer ten aanzien van de context van je sport en de waarden, normen en begrippen die jouw sportcarrière en jou als mens vormgeven. In de praktijk betekent dit dat ik ook soms kleine (onderzoeks)opdrachten zal geven.

Een voorbeeld. Een sporter (en op de achtergrond zijn vader) benaderde mij eens om stoeien over de vraag of hij een bepaald middel moest gebruiken. Medespelers deden dit wel; het kon volgens hen geen kwaad. Het middel stond niet op een dopingslijst. Naast verhelderingsvragen over zijn visie t.a.v. doping heb ik hem ook de opdracht gegeven om eens te onderzoeken waarvoor het middel precies bestemd was, wat het middel zou doen, wat de bijwerkingen waren, of de langetermijngevolgen bekend waren, et cetera. Dit resulteerde in allerlei extra informatie waardoor zijn beslissing veel beter onderbouwd was dan die van zijn teamgenoten. Achteraf kan hij altijd zeggen dat hij - zover toen mogelijk - goed over het probleem had nagedacht. 

Levensmotto
Het maakt me niet uit wat je vindt, wel dat je er zo goed mogelijk over hebt nagedacht.