Redeneren en argumenteren

Gepubliceerd: 21 augustus 2014

Tijd voor wat theorie (en als je meer van het doen bent, sla dan snel deze posting over). Het is namelijk niet altijd voor iedereen helder wat een reden en wat redeneren is en wat bijvoorbeeld het verschil is tussen redeneren en argumenteren. In het dagelijks taalgebruik worden de begrippen vaak door elkaar gebruikt. Soms bewust, soms onbewust. En in alle eerlijkheid: ook ik hanteer de termen door elkaar. Toch zit er een verschil tussen de twee begrippen. Ik zal dit toelichten in deze posting. Daarnaast zal ik laten zien dat er meerdere redenen zijn om te redeneren.

Redeneren en argumenteren in het dagelijks taalgebruik
In het dagelijks taalgebruik worden de begrippen redeneren en argumenteren vaak door elkaar gehaald. Ook bijvoorbeeld de Van Dale doet dit als het stelt dat  argument en reden - in sommige uitspraken - synoniem zijn aan elkaar. Dit komt ook vanzelfsprekend over. Indien iemand bijvoorbeeld een argument geeft tegen de doodstraf dan geeft de persoon  - zo zeggen we dan - de reden waarom hij of zij tegen de doodstraf is. Toch zijn de begrippen niet altijd gelijk aan elkaar. Kort samengevat: ieder argument geeft een reden maar niet iedere reden die gegeven wordt, is een argument.

Voorbeelden
(1) Ik zal eerst een voorbeeld geven waarbij de reden die gegeven wordt een argument is. Laat ik bijvoorbeeld een reden geven waarom de doodstraf nooit ingevoerd zou mogen worden. Bijvoorbeeld omdat soms mensen ten onrechte bestraft kunnen worden en als we de doodstraf opleggen en uitvoeren, kunnen we dit nooit meer herstellen. De meeste mensen zullen aanvoelen dat deze reden een argument is voor mijn standpunt.

(2) Ik kan daarnaast echter ook een reden geven waarom ik te laat kwam voor een college. Bijvoorbeeld omdat ik een lekke band had. Deze reden zullen veel mensen niet als argument kwalificeren. Maar het is dus wel een reden (ik kom hier later op terug). Dit voorbeeld laat zien dat er soms een verschil is tussen argumentatie en redenering. Dit verschil kan verklaard worden als we kijken naar de mogelijke doelen van argumenteren en redeneren. 

Het verschil
Indien iemand aan het argumenteren gaat dan heeft dit vaak als doel de ander te overtuigen van diens standpunt. Neem het eerste voorbeeld. Mijn toehoorders of lezers zijn het nog niet met mijn anti-doodstraf-standpunt eens - of dit is nog onduidelijk - en ik probeer ze met een uitspraak van mijn standpunt te overtuigen. De redenen die dan worden aangedragen zijn argumenten.

Als ik echter (zie voorbeeld twee) een reden aandraag waarom ik te laat was voor college dan hoeft de ander niet direct ervan overtuigd te worden dat ik ook echt laat was. Over deze conclusie zal overeenstemming zijn: ik was te laat. Enkel over de redenen waarom dit was, kan onduidelijkheid bestaan. Hier zien we een tweede doel: het zichzelf verantwoorden. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag waarom ik te laat was. In dit geval kun je ook spreken van verklaren of uitleggen. Ik geef een verklaring waarom ik te laat was. Of anders verwoord: ik probeer uit te leggen waarom ik te laat was: ik geef de oorzaak. We horen dit terug als een moeder tegen haar kind zegt: "heb je een verklaring voor je gedrag?" of "kun je uitleggen waarom je dat gedaan hebt?"

Redeneren

Feit versus Oordeel
Het verschil tussen het aandragen van de redenen en argumenten lijkt hiermee nauw samen te hangen met het verschil tussen feiten en oordelen. Feiten kun je verklaren/uitleggen en oordelen kun je beargumenteren (om de ander te overtuigen). Je kunt uitleggen waarom een appel uit de boom valt (heel simpel, iets met zwaartekracht e.d.) maar je hoeft geen argumenten aan te dragen om de ander ervan te overtuigen van het feit dat appels uit de boom vallen. Iedereen weet dat het waar is dat appels op een gegeven moment uit de boom vallen. Dit is anders bij het oordeel dat Nederland nooit de gulden had moeten opgeven. Voor een dergelijk oordeel zijn argumenten nodig wil iemand het als juist kwalificeren.

Nu zit er een addertje onder het gras. Het verschil tussen feiten en oordelen kun je namelijk niet maken enkel op basis van de constatering of je wel of niet overtuigd-moeten-geraken ervan. Zo dachten veel mensen in de vijftiende eeuw nog dat de aarde plat was. En al konden wetenschappers uitleggen (bewijzen) waarom dit niet waar was, waren veel mensen toch nog niet overtuigd. De aarde is echt plat: ik zie het toch zelf als ik over de weilanden kijk?

Klinkt dit vreemd? Vergis je niet. Bij lastige feiten die we zelf niet makkelijk kunnen controleren, kan dit probleem zich zomaar voordoen. Hoe zeker ben je bijvoorbeeld van de bewering dat er op Mars minder zwaartekracht is? Omdat niet iedereen overtuigd is of er zeker van is dat het klopt, lijkt het een oordeel. Het is echter een feit (dat waar of niet waar kan zijn).

Ook ten aanzien van feitelijke voorspellingen is niet iedereen direct overtuigd. Neem de bewering dat de wereld zou vergaan in 2012: moesten we deze bewering in 2011 nu kwalificeren als een feit of een oordeel? In zekere zin moesten veel mensen nog wel overtuigd worden van dit standpunt. Formeel was het echter een feit namelijk - zo bleek achteraf - een onwaar feit. (Omdat feiten ook nog een zekere onzekerheid kunnen kennen, kun je volgens sommige wetenschappers om die reden beter spreken over de waarschijnlijkheid van feiten in plaats van de waarheid ervan, maar dat terzijde)

In het dagelijks taalgebruik spreken we echter niet snel over onware feiten maar stellen we enkel dat iets geen feit is. Bijvoorbeeld in de uitspraak: "het is geen feit dat de aarde plat is".

Drie redenen om te redeneren
Het bovenstaande laat ons wel zien dat er minstens twee redenen zijn waarom mensen redeneren. Ten eerste om te argumenteren: om (1) de ander te overtuigen van een standpunt. Ten tweede om (2) iets uit te leggen; om een verklaring van een verschijnsel te geven. De ander hoeft hierbij niet meer overtuigd te worden (denk aan het voorbeeld van te laat komen). In de literatuur wordt ook nog soms een derde reden gegeven waarom mensen redeneren: namelijk om (3) begrip te kweken.

Bij deze derde optie zijn de redenen dus niet enkel bedoeld om de ander te overtuigen en ook niet bedoeld om enkel uitleg te geven. Het doel is om begrip te kweken: om de redenen aan te dragen waarom iemand iets heeft gedaan of vindt. Deze derde reden om te redeneren zit eigenlijk tussen argumenteren en verklaren in. Iemand legt uit waarom hij of zij heeft gehandeld en hoopt dat de ander dit zal begrijpen. De ander hoeft echter niet helemaal overtuigd te geraken. Al zal dat natuurlijk wel gehoopt worden.

Verschil reden en oorzaak?
Tot slot nog een opmerking over het begrip reden. Als je kijkt naar de herkomst van het begrip dan is dit direct verbonden met de (menselijke) rede. Met iets wat een keuzemoment impliceert. Dit lijkt hiermee een ander begrip te zijn dan een oorzaak (dat iets verklaart). Met een oorzaak wordt een (niet-menselijk) oorzakelijk verband uitgedrukt. Klopt bovenstaande uitleg dan wel?

Dat doet het wel: in de praktijk maar ook binnen de informal logic / argumentatieleer wordt steeds vaker een oorzaak van iets ook als de reden van iets gezien. Dit zag je terug in het bovenstaande schema: een reden kan soms ook een verklaring zijn (zijnde een oorzaak dat een direct causaal verband toont).

Heel vreemd is dit trouwens niet omdat in de praktijk het verschil tussen oorzaak (als niet-menselijk, causaal verband) en reden (als menselijke-keuze) soms lastig te maken is.

Een voorbeeld.
Toen Sven Kramer tijdens de Olympische Spelen 2014 in Sotsji de zilveren medaille won - terwijl hij vooraf de gedoodverfde winnaar was - werd hem gevraagd wat de reden was voor zijn tegenvallende prestatie. Het antwoord van Kramer was dat zijn rug de hele week al opspeelde en hij hierdoor in de bochten niet voluit kon. Kramer leek hiermee een oorzaak te geven voor zijn "matige" prestatie.

In de nabespreking stelde Rintje Ritsma echter dat een topsporter als Kramer tijdens de Olympische Spelen niet over een slechte rug zou mogen beschikken. Kramer was volgens Ritsma mogelijk niet perfect voorbereid. Ritsma stelde hiermee de begeleiding en het trainingsprogramma van Kramer ter discussie. Kramer leek dit te bevestigen door zijn opmerking dat een slechte rug geen excuus is.

De slechte rug was hiermee dus misschien wel de oorzaak voor de mindere tijd maar nog niet de rechtvaardiging voor het slechte presteren. Mogelijk had de keuze van het trainingsprogramma invloed gehad op zijn rug? Het voorbeeld laat hiermee goed zien dan in de praktijk het vragen om een reden een oorzaak kan opleveren als antwoord maar dat achter de oorzaak toch nog een menselijke reden schuil gaat.

Nog een voorbeeld.
Neem de redenering: "De auto reed tegen de boom doordat de bestuurder dronken was." Het dronken zijn is de oorzaak dat de auto tegen de boom reed. De auto heeft hiertoe niet gekozen dus dit zou eigenlijk niet als reden kunnen worden betiteld. Omdat iedereen echter begrijpt dat de auto niet zelf rijdt maar wordt bestuurd door een bestuurder - die in dit geval tegen de boom was gereden - vinden we het niet vreemd als iemand toch zegt dat de auto tegen de boom was gereden  omdat - als reden - de bestuurder dronken was.

PS. Terzijde, maar de vraag is natuurlijk sowieso of het formele onderscheid tussen oorzaak (causaal, willoos verband) en reden (menselijke wilskeuze) nog wel houdbaar is. Er is best veel onderzoek dat heeft laten zien dat onze keuzes vaak helemaal geen bewuste keuzes zijn (maar eerder rationaliseren is).